Ooievaars zonder grenzen
     > Expeditie 2006
Expeditie 2006
inleiding

Van 20 augustus tot en met 2 september 2006 trok een team met Kris Struyf (Het Zwin), Siska Willems, Jean Niesz (Dierenpark Planckendael) en Wim Van den Bossche (Natuurpunt) door België, Frankrijk en Spanje op ooievaarsexpeditie. De dagboekteksten vind je op deze pagina verder onderaan. Je kan ook de resultaten van de expeditie in 1999 en 2000 nog eens bekijken door in de linkerkolom de titels aan te klikken.

De expeditie komt tot stand door de medewerking van de partners van "Ooievaars zonder Grenzen": Provinciaal Natuurpark Het Zwin (www.zwin.be), Agentschap voor Natuur en Bos (www.soortenbeleid.be), Dierenpark Planckendael (www.planckendael.be) en Natuurpunt (www.natuurpunt.be) en dankzij de sponsoring van Dieren in Nesten (www.demensen.be), Timberland (www.timberland.com), AS Adventure (www.asadventure.com), Swarovski Belgium (www.swarovskioptik.com), All Sign Systems (www.ass.be), Belgische Radio Amateurs (www.uba.be), VAB (www.vab.be), Netbyte bvba (www.netbyte.be) en Nissan (www.nissan.be).


1 september

We bellen naar de campinguitbater om af te rekenen. Hij komt langs en geeft op onze vraag nog een rondleiding op zijn domein. Een korte wandeling brengt ons naar een statig herenhuis dat ingericht is als gite. De eigenaar woont zelf in een kleiner huis ernaast. Hij vertelt dat hier vroeger een vakantiekolonie was voor kinderen.   De camping in de aangrenzende tuin was speciaal ingericht voor de ouders die hun kinderen kwamen bezoeken tijdens hun zomerkolonie. Hij heeft dit herenhuis helemaal gerenoveerd.   Je kunt het huren tot maximum 12 personen.  Het is adembenemend mooi, er klinkt klassieke muziek uit de openstaande ramen, de zon schijnt, … Helaas moeten we vertrekken. Een echte aanrader, Camping en Gite de séjour, les Hauts de Féas.

 We gaan de meest populaire slaapplaats opzoeken van onze ooievaars, namelijk Ledeuix ten zuiden van Orthez. Het riviertje Le Labérou doorkruist de vallei. Hier sliepen onze Germaine en Tia beiden één maal en Kobe drie maal. Dit is de vervangende slaapplaats voor Tercis-les-bains waar de ooievaars van vroegere expedities altijd sliepen. We vragen ons af waarom ze nu hierheen komen. Vermoedelijk worden ze aangetrokken door de lokale ooievaars, die nu ook vertrokken zijn naar het zuiden. Bijkomende reden is dat Col d'Organbidexka hier vlakbij ligt en dat onze ooievaars vermoedelijk hier de Pyreneeën zijn doorgegaan. Er staan bovendien enkele dode bomen die perfect dienst kunnen doen als slaapbomen. Nu we ook deze plaats gezien en gefotografeerd hebben, zijn we gerust en kunnen we de terugtocht verderzetten.

 Na een urenlange rit denken we dat het ooievaarsverhaal nu wel echt afgelopen is en we bereiken Bordeaux. We besluiten van de gelegenheid gebruik te maken om hier de autosnelweg even te verlaten en de sfeer van de wijnhuizen te gaan proeven. Na een kwartiertje toeren stopt Kris bij een lukraak gekozen wijnhuis waar een bordje aankondigt dat er 'dégustation en vente direct' is.

 We bellen aan en Kris legt uit dat we op terugreis zijn van een ooievaarsexpeditie en dat we graag wijn willen proeven. De man die ons ontvangt heet Jean Chety van Château Haut-Colombier. Bij het horen van het woord 'cigognes' klaart zijn gezicht helemaal op. Hij blijkt een fervente ooievaarliefhebber te zijn. Samen met een bevriende jachtopzichter gaat hij al jarenlang mee ooievaarsjongen ringen. Hij vertelt dat in de Gironde 100 koppels broeden waarvan in Les Marais Blayais (zijn regio) alleen al 19 succesvolle nesten met 63 jongen.  

 Kris heeft tussendoor enkele foto's laten zien die wij tijdens de reis genomen hebben. De arme man wordt niet goed van het beeld dat 'zijn' ooievaars niets liever doen dan Spaanse vuilnisstorten afschuimen. Hij belt ter plaatse zijn vriend de jachtopzichter om hem dit nieuws te melden. Hij is er echt van aangedaan. We proberen hem nog op te beuren met de foto's van de ooievaars in de groene rijstvelden, maar hij blijft ontgoocheld. Dat heeft hij nu echt niet verwacht…

 Hij zou ons heel graag een rondleiding geven naar alle nesten, maar hij moet helaas naar een vergadering. Hij heeft wel nog tijd om ons 2 soorten wijn te laten proeven en een doos wijn te verkopen. Hij nodigt ons uit om zeker terug te komen voor een uitgebreide wandeling die hij persoonlijk wil gidsen.

 We rijden verder tot in Trogues waar we opnieuw een sublieme camping vinden via de 'Kleine campinggids'.   Dit keer komen we terecht op een heus kasteeldomein, 'Chateau de la Rolandière'. We zetten snel onze tenten op en gaan op zoek naar iets eetbaars. We komen terecht in een bar-restaurant voor routiers waar we heel lekker kunnen eten voor een spotprijsje.

 Ondertussen komen de reacties los op de voorbije expeditie. Bij thuiskomst zullen alle verzamelde gegevens nog verder verwerkt en op kaart gezet worden. Maar we zetten wel al onze algemene indrukken op een rijtje.

  •  Onze bezenderde vogels gaan dit jaar veel trager door dan de voorbije jaren.
  •  We hebben tussen twee trekstoten ingezeten. In Frankrijk zijn alle ooievaars al vertrokken, terwijl de Nederlandse vogels pas zijn vertrokken als wij al in Frankrijk zaten. Dit blijk uit tal van waarnemingen van grote groepen doortrekkende ooievaars die ons vanuit België gemeld werden.
  •  De vogels kiezen als slaapplaats dikwijls dezelfde plaats, ook al vertrekken ze op een ander moment, of zijn er enkele jaren tussen verstreken. Mooie voorbeelden hiervan zijn de kerktoren in Tudela en de vallei van de Labérou aan de voet van de Franse Pyreneeën.
  •  Het landschap is zeer sterk veranderd. Enerzijds heb je in Frankrijk de grote uitbreiding van de maïsvelden. Anderzijds zie je in Spanje enorme infrastructuurwerken, uitbreiding van stadsranden, wegenwerken,…
  •  Bepaalde voedselplaatsen in Frankrijk zijn zeer sterk verdroogd, bvb. Tercis-les-bains. Hierdoor gaan de vogels op zoek naar nieuwe plaatsen.
  •  De afvalstorten in Spanje zijn in vergelijking met de vorige expeditie in 2000 grotendeels afgedekt. De open stukken worden dagelijks bijgestort en nadien ook afgedekt. Er is minder afval toegankelijk voor de ooievaars.
  •  Het blijft uniek dat je deze vogels met hun zenders op de voet kunt volgen. Je kunt alle plaatsen bezoeken waar zij langskomen. Zo krijg je een beeld van verblijfplaats en van de landschappen waar zij doortrekken.
  •  Overal waar we komen zijn mensen enthousiast over de ooievaars.
  •  In Organbidexka geniet een bergpas een beschermde status doordat de vereniging er het jachtrecht afhuurt. Meer en meer mensen worden bewust van de gevaren voor de trekvogels.   We hebben kunnen proeven van de begeestering en gedrevenheid van deze mensen. We hebben in Organbidexka zelf geen vogels kunnen zien wegens de mist. Dat hebben we wel ervaren op andere bergpassen en wij begrijpen heel goed dat mensen daar zo gedreven mee bezig zijn.
  •  Alle stappen die we wilden in beeld brengen, hebben we gezien: de gevaren onderweg, de voedselplaatsen, de slaapplaatsen, de verzameling in grote groepen voor de oversteek naar Afrika, de verschillende landschappen waar de ooievaars doortrekken. Als je dit zelf met de auto doet, krijg je een zeer goed beeld van de grote verscheidenheid die zij tijdens hun reis meemaken.
  •  We vinden de trekvogels ontzettend slim. Zij leveren een enorme prestatie.   Ze slagen erin om vanuit Vlaanderen tot in het Zuiden te trekken langs een route die niet zonder gevaar is, waar niet altijd voedsel en water te vinden is,… Als je er zelf achteraan rijdt met een luxewagen ervaar je toch nog dat het heel wat moeite kost om deze weg te volgen.   Kortom alleen maar bewondering hiervoor en bravo voor de trekvogels! Ze hebben allemaal ons respect!

31 augustus

We rijden om 10 uur weg uit de camping. We hebben nog even de gegevens van onze ooievaars opgevraagd. Tia is nog steeds in Toledo, Germaine zit op het stort van Madrid en onze Kobe zit 30 km ten Oosten van Olite. Dit komt ons allemaal bekend voor! Ze kiezen opnieuw dezelfde rustplaatsen als hun voorgangers. We hopen Kobe nog te vinden vandaag.

We houden even halt in Ayllon, een schitterend middeleeuws dorpje, om de coördinaten van Kobe op te vragen. Er staan eeuwenoude huizen te schitteren in het zonlicht. Wat verderop zien we een groep vale gieren.

Als we enkele uren later opnieuw via Internet gegevens moeten opvragen, stoppen we in Tarazona. We gaan er koffie drinken en worden aangesproken door een Spanjaard die met dubbele tong praat. Een uitdaging om hier iets van te begrijpen... Vooral als hij begint vogelnamen te noemen. Als hij door heeft dat wij er niets van snappen, begint hij de vogels na te doen, vooral de gieren zijn herkenbaar en om te gieren!

We gaan verder richting Pamplona en krijgen opnieuw een groep gieren te zien. De zender staat al de hele tijd op en het is wachten op een biep van Kobe die hier in de buurt geslapen heeft. Hier sieren wijngaarden het landschap. Om 16.10 uur worden we verrast door Kobe’s biepje in de buurt van Olite. Hij kan hier nu in een straal van 30 kilometer rondhangen. Om de minuut herhalen de biepjes zich.

We staan in een bergachtig landschap met massa’s windmolens. Onbegonnen werk om hier Kobe te vinden. We zoeken de juiste coördinaten van zijn vorige slaapplaats en dat blijkt meer richting Eslava te zijn. In Sangüesa vinden we opnieuw een afvalstort. Hier zou hij kunnen zijn. Plots denken we enkele ooievaars te zien rondcirkelen. Grote zwart-wit gekleurde zwevers. Maar het blijken andere vogels te zijn. Wat we hier te zien krijgen is zelfs voor Wim, een ervaren ornitholoog, een exclusiviteit: 74 aasgieren samen! De aasgier foerageert op vuilnisbelten en overwintert ook in Afrika. Deze vogels zijn op doortocht. Ze zijn eerder toevallig met zoveel bij elkaar, want in tegenstelling tot ooievaars trekken ze solitair of in kleine groepjes.
Ze vallen op door het grote contrast langs de onderzijde tussen hun wit lichaam en de zwarte slagpennen. Ze maken geen geluid. Een 10-tal raven die hen gezelschap houden daarentegen, maken geluid voor heel de groep: luid en krassend! Verder zagen we er een paar zwarte wouwen, 40 vale gieren, 15 rode wouwen,…

Wat we niet te zien krijgen zijn ooievaars. Het coördinatiepunt van Kobes laatste slaapplaats komt overeen met een hoogspanningspyloon in een open landschap tussen de bergen. We horen geen signaal meer, wat betekent dat hij de buurt verlaten heeft.  We zijn toch tevreden dat de we dit punt gevonden hebben!

Er volgt een prachtige rit door de Pyreneeën. De zon schijnt en er is geen wolkje te zien.  We zien verschillende bergkammen achtereen, valleien met bergriviertjes, een lammergier in een bergpas ter hoogte van Burguë, verschillende vale gieren, koeien en paarden die grazen in de bermen en midden op straat blijven staan… De rit duurt lang, maar verveelt geen seconde. We bereiken een hoogte van 2.044 meter!

Tijdens de afdaling stoppen we in Aramits, een minidorpje, waar een bar annex kruidenierswinkel is. De dame vraagt op de man af of wij komen voor de rally van volgende week. We ontkennen en vertellen dat wij de route van de ooievaars volgen. Haar gezicht klaart helemaal op: ze is zelfs gefascineerd door ooievaars, maar rally’s daar heeft ze het niet voor! Die zorgen alleen maar voor overlast in het rustige dorpje!

Volgens de ‘Kleine campinggids’ zijn hier in de buurt verschillende campings. De eerste die we opzoeken blijkt niet voor tenten te zijn. Gelukkig maar, want zo komen we iets verder op de mooiste, rustigste camping die we op heel onze reis gezien hebben, camping Colline in Féas. Er staan 2 caravans, 1 mobilhome en 1 tent. Het sanitair bevindt zich in een oude schuur en een deel van die schuur is ingericht met frigo, tafel, banken, pingpongtafel,…en vrij toegankelijk voor de kampeerders. Vermits we er alleen zijn koken en eten we binnen in de schuur. We gaan vroeg slapen en genieten van de stilte.


30 augustus

Camping Merida is zalig rustig. Er logeren vooral mensen op doortocht met tenten en mobilhomes. ’s Morgens krijgen we telefoon van Michael, de Duitse ooievaarsspecialist waarmee Wim en Kris in 1999 voor ’t eerst op expeditie gingen. Hij volgt dit jaar 3 bezenderde ooievaarsjongen voor een Duits onderzoeksproject. Hij is aangekomen in Spanje en heeft op het stort van Medina Sidonia geprobeerd om ringen af te lezen. Hij komt tot dezelfde conclusie als wij: weinig geringde vogels en dan nog meestal Spaanse. Van de 3 Duitse jongen is er eentje onderweg verongelukt. De andere twee hebben Barcelona bereikt. Net als Zwitserse en Franse ooievaars uit de streek van de Elzas, vliegen Duitse ooievaars de Pyreneeën immers in het oosten over. Michael zal vanuit Zuid-Spanje helemaal naar Barcelona rijden om zijn ooievaarsjongen van daaruit mee verder naar het zuiden te volgen.

We vertrekken om 11 uur uit Medina met als doel: Tia vinden. Zij zit in de buurt van het afvalstort van Toledo. We zetten al gauw de ontvanger aan waarmee we het signaal van haar zender kunnen opvangen. Het signaal van een vliegende vogel kan vanop 60 km opgevangen worden. Onderweg krijgen we een wolk gieren te zien, maar nog geen ooievaars.

We stoppen even onderweg om op internet Tia’s meest recente coördinaten op te zoeken en wat te eten. Plots zien we in de berm een piepklein lammetje grazen. We vragen ons af of dit misschien het maaibeheer van de benzinepomp is. Maar neen, het hoort bij een zeer grote Spaanse familie. Ze rijden met een enorme bestelwagen die volgestouwd is met manden met al hun spullen. Op de berm langs de afrit naar de benzinepomp hebben zij zelfs een tuinset uitgestald met bijhorende stoeltjes. Ze houden er hun picknick en de dames doen er rustig de afwas terwijl de mannen uitrusten, de kindjes spelen en het lammetje graast. Wij kijken geamuseerd toe naar dit mooie tafereel. Het leven kan mooi zijn langs de autosnelweg…

Onderweg in de auto maken we ons toch wel enkele bedenkingen over de toekomst van de trekkende ooievaars. We zijn nu dwars door Spanje gereden en wat ons het meest is opgevallen is de economische groei. Grote wegenwerken, grote nieuwbouwprojecten, KMO’s, Europese projecten,… We veronderstellen dat Europa in de toekomst het Spaanse afval niet meer op open storten zal toelaten. Ook hier zal men moeten recycleren en composteren. We zien nu al dat de oppervlakte van de storten veel kleiner is dan 6 jaar geleden en dat bepaalde soorten, zoals de zwarte wouw, er veel minder voorkomen dan toen. We vragen ons af waar de trekkende ooievaars (en natuurlijk ook andere trekvogels) nog voedsel zullen vinden als de storten verdwijnen. Men zou ook de stelling kunnen innemen dat de  Amerikaanse rivierkreeftjes in de rijstvelden van Zuid-Spanje moeten bestreden worden omdat het exoten zijn. Wat zouden dan de alternatieven zijn? Moeilijke kwesties waar we niet zo snel een antwoord op weten.

We worden in onze discussie onderbroken door een duidelijke biep van Tia. Ze laat van zich horen om 14.50 uur. Kippenvel! Na enkele minuten herhalen de biepjes zich. We moeten niet lang zoeken naar het stort van Toledo, maar eens we daar aankomen, verstommen de biepjes. We zien in totaal 250 ooievaars op en boven het stort.  Een groep vliegt bij onze aankomst net op. Een andere groep blijft zitten op het afval en laat zich goed bekijken, maar onze Tia is niet te zien. Dat is toch niet te geloven? Wim kan de ooievaars één voor één bekijken met de telescoop. Hij ziet opnieuw enkel witte, dus Spaanse, ringen en geen Tia. Zij draagt een fel gekleurde ring die goed te onderscheiden is van de andere. Wellicht zit ze in de groep die net is opgevlogen. We vragen ons af waarom het signaal is stilgevallen net nu wij aankomen. Een mogelijke verklaring kan zijn dat haar zender aan het opladen is. Volgens de satellietgegevens die we via internet bij Argos kunnen opvragen, is ze echter nog steeds hier in Toldedo.

Germaine is ook in Spanje gearriveerd en zit al ten noorden van Madrid, in Guadelajara. Kobe zit in de Pyreneeën in Orthez. Hopelijk kunnen we hen de komende dagen nog zien! Van Pumba krijgen we geen nieuws.

We besluiten om toch even halt te houden in Toledo en een terrasje te doen om te bekomen van de stunt van Tia en van de warmte, 34°!

We krijgen nog een sierlijke slangenarend te zien en zetten koers richting Madrid. We zitten er in onze eerste file door de enorme wegenwerken.

We zoeken een camping net boven Madrid in Cabanillas de la Sierre, Camping d’Oremor. De kampplaatsen liggen prachtig in het groen. Er staan heel oude knotessen die voor schaduw zorgen. We gaan in de ‘saloon’ (zo heet de campingbar) calamares en een slaatje eten en kruipen vroeg in bed. Morgen moeten we een hele dag rijden tot over de Pyreneeën. We hopen alvast op een ontmoeting met Kobe!


29 augustus

Vandaag is het de laatste dag voor Jean en voor de ploeg van Dieren in Nesten. Zij keren straks terug naar België met het vliegtuig. Maar eerst moet er nog gewerkt worden.

Om 7u staan we op en breken het kamp terug op. Net als we om 20 voor 9 de camping willen verlaten, belt een presentator van Radio 2 Antwerpen Kris op voor een interview. Uiteindelijk kunnen we om 9u terug richting Tarifa vertrekken. Onderweg doet een Spaanse man teken naar ons en roept iets wat wij niet begrijpen. We denken dat het een lint is van de bagagedrager dat loshangt en kunnen niet onmiddellijk stoppen.

Een aantal kilometers verderop zwaait er weer iemand naar ons. Hij wijst naar de zijkant van de wagen. We stoppen en begrijpen meteen wat de man bedoelde : onze rechter voorband staat opvallend plat. Gelukkig staan we net tegenover een benzinestation. Bij controle blijkt er nog amper een halve bar druk te staan op de band, hoewel er normaal haast 3 bar op moet! Op het eerste zicht is er echter niets mis aan de band. We besluiten hem op te pompen en de bandendruk onderweg regelmatig te controleren. Misschien is het een gevolg van de Parijs-Dakar-achtige zoektocht naar het stort van Medina Sidonia gisteren? Zo komen we met een grote vertraging om 11 uur aan in Tarifa waar de filmploeg ons staat op te wachten om de overtocht van de ooievaars te filmen.

We hebben pech en zien enkel een groep zwaluwen die het even probeert en toch terugkeert. Verder is er een groepje zwarte wouwen, dat de overtocht wel inzet en volhoudt. En nadien nog een groepje aasgieren, bestaande uit volwassen en onvolwassen vogels. Boven de zee is er geen thermiek en moeten alle vogels actief vliegen. Deze roofvogels verdwijnen al gauw uit ons zicht. Wat een kracht!

Bij het wegrijden uit Tarifa worden we toch nog verrast door grote wolken ooievaars, wel 1.800! Zij gaan vandaag de overtocht wagen. Misschien zijn dit wel de ooievaars die we gisterenavond op de rijstvelden gezien hebben? Kan best zijn, maar dat weten we niet zeker. We kunnen er toch nog mooie beelden van maken en moeten dan echt doorrijden naar Jerez de la Frontera aeropuerto. Onderweg zien we nog meer groepen van honderden ooievaars.  Geen tijd meer om te stoppen! Jean moet om 14 uur inchecken en we halen dat nog net. Met spijt nemen we afscheid van onze vriend. Hij moet vroeger naar huis omdat hij nog voor een andere natuurtocht heeft geboekt.

De filmploeg maakt nog wat bijkomende opnames van de auto en bijhorende techniek en nadien moeten we ook van hen afscheid nemen. Wij vatten vandaag al de terugweg aan: 3.500 kilometer, gespreid over meerdere dagen weliswaar.

We gaan Tia, Germaine en Kobe in omgekeerde richting tegemoet rijden. Tia zit nog steeds in Madrid. Germaine en Kobe zitten allebei aan de Adour aan de voet van de Pyreneeën op zo’n 15 km van elkaar. We hebben berekend hoeveel kilometer onze bezenderde vogels al hebben afgelegd. Tia 1.370, Kobe 990 en Germaine 1.040 kilometer in vogelvlucht. Germaine heeft meer de Franse kust gevolgd in plaats van dwars door het binnenland te trekken waardoor haar route iets langer is.  Dit is telkens de afstand gemeten tussen de betrouwbare locaties van hun satellietzenders.

Als we vertrekken in Tarifa is de temperatuur 25°.  Dit is frisjes vergeleken met de 42° die we in Jerez opmeten. Zo’n enorm verschil voel je werkelijk op je vallen. Gelukkig hebben we airco in de wagen om wakker te blijven.

Onderweg stoppen we nog even om wat te eten. We kiezen in een bartje wat taps uit.  Van een schotel weten we niet wat het is.  De barman legt het uit en het enige wat we begrijpen is ‘huevos’: eieren.
Het ziet er heel vreemd uit en lijkt helemaal niet op schijfjes ei. Het smaakt wel naar vis, maar ziet er heel korrelig uit. Het bevalt ons niet echt. We vragen meer uitleg en het blijken visseneitjes te zijn die in een worstje gedraaid worden en dan in schijfjes opgediend worden. Smakelijk!

We rijden vandaag 300 km terug noordwaarts tot in Merida en overnachten in Camping Merida.


28 augustus

Het wordt een drukke dag vandaag. We worden om 6.30uur verwacht aan een rondpunt dat naar het afvalstort van Medina Sidonia leidt. Het is nog wel een tijdje rijden, dus we vertrekken stipt om 6 uur aan de tent, zonder ontbijt! We durven immers geen lawaai maken op deze slapende camping.

Als we bij de uitgang aankomen, merken we tot onze grote schrik dat de slagboom dicht is en vergrendeld met een slot. We halen er het briefje bij dat we gisteren aan de receptie kregen en daar zien we inderdaad dat de camping wordt afgesloten tussen 24 uur en 7uur. Wat nu gedaan? Wim en Jean gaan tevergeefs op zoek naar andere uitgangen en Kris belt Katrien met dit slechte nieuws. Gelukkig zitten zij nog in hun hotel in Jerez en kunnen ze wat later vertrekken.

We zien een bewaker langs de slagboom komen en vragen hem om het slot open te doen omdat we moeten opnames maken voor de televisie. Dit maakt allerminst indruk op deze nachtwaker en hij deelt mee dat we moeten wachten tot 7 uur. Daar staan we dan te blinken! We vragen ons af wat we hier zouden moeten aanvangen als iemand nu ernstig ziek is of dringend weggeroepen wordt? Er rest ons niets anders dan te wachten en een dutje te doen in de auto voor de slagboom tot 7 uur.

Als we om 7.30 uur eindelijk aankomen op de plaats van afspraak staat de filmploeg de opkomende zon te filmen. We beginnen aan een rit door de Spaanse prairie die uiteindelijk 3 uur zal duren. We zoeken het stort van Medina Sidonia, maar kunnen het maar niet vinden.  We roepen de hulp in van het thuisfront om te vragen hoe een stort in het Spaans is. Het is ‘vertedero de basuras’.  Gewapend met deze kennis klampen we de ‘Vigilancia Rural’ aan die met een jeep patrouilleert in dit gebied. In eerste instantie wijzen ze ons de weg, “ het is niet moeilijk, hier naar rechts en altijd maar rechtdoor”! Maar na een half uur rijden hebben we het nog niet gevonden en plots blijken ze achter ons aan te rijden. Uiteindelijk escorteren ze ons langs een totaal andere weg tot voor het stort. Het is toch bizar dat een dergelijk gigantisch stort voor ons zonder hulp onvindbaar is in dit heuvelachtig landschap.

Om 10.30 vinden we eindelijk onze duizenden ooievaars die hier voedsel zoeken. We krijgen zelfs toelating om op het stort zelf te gaan en kunnen van heel dichtbij de hopen afval zien met daarop de ooievaars. Sommigen zien er echt smoezelig uit van het graaien in het vuil. Ze zullen werk hebben om zich netjes te poetsen om verder te reizen.

We halen de telescoop uit om ringen te zoeken en af te lezen. Het lukt ons om 7 ringnummers af te lezen. Het zijn vooral witte ringen, dus Spaanse, en één gele. Er is één ooievaar bij met een kleine metalen ring boven de knie van de linkerpoot. Dit zou een Belgische vogel kunnen zijn. De nummers op de oude, kleine ringen zijn gewoonlijk al heel moeilijk af te lezen, maar omdat deze compleet onder de uitwerpselen zit, is er helemaal geen beginnen aan.

Het is hier hallucinant mooi om die duizenden ooievaars te zien op deze kleurrijke achtergrond. Ze vliegen heel laag boven onze hoofden en laten zich goed bekijken langs alle kanten. Zo zien we bijvoorbeeld heel goed de inspanning die een vliegende ooievaar doet om te landen: de vleugels worden in een hoek naar beneden geplooid, terwijl ze de pootjes naar beneden laten hangen, net als een vliegtuig zijn landingsgestel naar beneden klapt.  De geur van dit stort is verschrikkelijk en we zijn er helemaal van doordrongen, maar we hebben het er voor over.

We zetten onze tocht verder en om 13.15 uur komen we langs een plas waar opnieuw 2 dode ooievaars onder hoogspanningslijnen liggen. Dit is een interessant item voor de reportage van Dieren in Nesten: de problematiek van de hoogspanningskabels voor trekvogels.

Onderweg stoppen we in een typisch Spaans baancafé en eten er een heerlijke lunch van tapas. We zien letterlijk scheel van de honger, we hebben tot dan niets gehad buiten wat water.

Net voor Tarifa ligt een informatiecentrum ‘Estacion Ornithologica de Tarifa’. Dit is een centrum voor wetenschappelijk onderzoek op trekvogels. Er horen verschillende telposten bij die bemand worden door vrijwilligers. Vorig jaar hebben ze hier in totaal 127.000 ooievaars geteld die de oversteek deden naar Marokko. Als wij er aankomen in de late namiddag zijn we net te laat om de grote groepen met duizenden ooievaars te zien. Ze waren hier tussen 10 uur en 17 uur.  Als we morgen terugkomen rond de middag, dan zullen we ze wel te zien krijgen, verzekert de Poolse verantwoordelijke van het centrum ons.

We gaan nog even langs één van hun telposten en krijgen er nog een slangenarend te zien en een groep zwarte wouwen die de overtocht geprobeerd hebben, maar toch terugkomen naar Tarifa. Soms moeten de vogels meerdere pogingen ondernemen voor ze de overkant bereiken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de wind slecht zit.

Tarifa is het meest zuidelijke punt van Spanje. De Middellandse zee en de Atlantische Oceaan lopen hier in elkaar over met de nodige stromingen als gevolg. Aan de overkant zie je de Marokkaanse bergen op slechts 14 km afstand. Onze ooievaars doen hier de oversteek naar Afrika. Dit is een heel idyllische plek en een paradijs voor wind –en kitesurfers.  De ferry’s varen af en aan tussen Tarifa en Tanger. Wij hebben echter geen tijd om toeristische uitstapjes te doen.

De Poolse man van het informatiecentrum verwijst ons door naar de iets verder gelegen rijstvelden van Janda. Daar gaan vele ooievaars de nacht doorbrengen voor ze de oversteek wagen. Ook hier staan weer honderden windmolens op rijen in het landschap. Ergens tussen die windmolens zien we een prachtige haciënda liggen. Het contrast is groot. Enerzijds de oude Spaanse woning en anderzijds de massa moderne windmolens er rond.

Middenin de frisgroene rijstvelden zien we inderdaad honderden ooievaars rusten en rivierkreeftjes eten. Verder zien we nog grauwe gorzen, een purperreiger, lepelaars, steltkluten, veel patrijzen, een blauwe reiger, een groep van 120 zwarte ibissen, een blauwe reiger, een bruine kiekendief en een roodkopklauwier die zijn voedsel aan de prikkeldraad vasthangt.

We sluiten deze fantastische dag af in een Spaans restaurantje. Daarna moeten wij nog meer dan een uur rijden naar onze camping. De terugweg blijft spannend tot de laatste minuut… Onze camping sluit immers de slagbomen om 24 uur.  Wij rijden binnen om 23.50 uur, net op tijd dus! Anders zouden we terug voor een gesloten slagboom kunnen staan net als deze morgen, maar dan in tegenovergestelde richting.


27 augustus

De nacht is rustig verlopen. Deze camping valt ons echt in de smaak. Het sanitair is nieuw, groot en netjes onderhouden en de mensen zijn hier vriendelijk. ‘8 op 10’ zou Jean zeggen! (hij geeft niet gauw het maximum)

Om 11 uur zijn we klaar en vertrekken we voor een lange rit naar Jerez de la Frontera. Daar komt de ploeg van Dieren in Nesten vanavond aan. Zij zullen de komende dagen filmen.

Jean vond in de campingwinkel een leuk T-shirt met ooievaars. Ze blijken er geen meer te hebben in de maat van Wim, maar ze verwijzen ons door naar beneden (wat dat ook moge zijn). We moeten de weg terug rijden door het natuurreservaat en komen langs het gehuchtje Villareal de San Carlos, dat er middenin ligt.

Daar vind je een bezoekerscentrum over het reservaat, een cafeetje met souvenirwinkel, typische hutjes die verhuurd worden aan toeristen en onderzoekers,… en zelfs een helikopter.  Die wordt blijkbaar ingezet om te patrouilleren boven het reservaat. 17.000 hectare doe je niet eventjes snel met de fiets of de auto. Er wonen blijkbaar ook mensen in dat gehuchtje, zo ver van de rest van de bewoonde wereld.  Maar…ook hier geen T-shirt met ‘ciconias’ op voor Wim!

In het reservaat worden de eerder aangeplante eucalyptusbomen terug verwijderd omdat ze niet inheems zijn. Het blijkt moeilijk te zijn, want we zien ze op vele plaatsen massaal terugkomen.

We houden nogmaals halt aan de Salto del Gitano, onze rots van gisterenavond. Nu ligt de rots mooi belicht in de zon en kunnen we nog wat mooie beelden maken. Heel veel vogels zijn er nu niet te zien, ofwel vliegen ze heel hoog en zijn het enkel kleine stipjes. We zien enkele zwarte ooievaars, een aasgier en enkel vale gieren. We vragen ons af hoe die grote groepen aaseters aan voldoende voedsel komen. Jean maakt terug de rekensom: per dier heb je 400 gram vlees per dag nodig.  Vermenigvuldig je dat met 600 dieren, dan bekom je 240kg vlees dat ze nodig hebben. Dit is bijna één koe of 7 schaapjes veronderstellen we. Wij vermoeden dat er niet elke dag zoveel dood vlees te vinden is in het park en vragen ons af of de dieren bijgevoederd worden zoals in de Cevennen. Mocht iemand van jullie dit weten, dan mag je ons dat zeker laten weten.

We komen langs Trujillo en willen snel even gaan kijken in het oude stadsgedeelte hoeveel ooievaarsnesten er te zien zijn.  Het gaat echter helemaal niet snel. De stijgende straatjes zijn heel smal en onze uit de kluiten gewassen auto is zeer breed. We gaan even te voet verder en maken snel wat foto’s en film. De ooievaars hebben ook hier heel veel torens ingepalmd. We voelen ons als wereldreizigers die in elke stad 5 minuten kunnen blijven en vertrekken terug.  Net buiten de stad zien we een mast voor radiocommunicatie met 10 ooievaarsnesten op. We stellen ons voor wat de omwonenden onder deze mast niet allemaal terugvinden…en komen tot het besluit dat de mensen hier supertolerant zijn voor ooievaars.

We nemen vanaf hier de autosnelweg naar Jerez de la Frontera. Onderweg zien we een groep van 23 ooievaars op zoek naar een geschikte thermiekbel. Opeens blijven ze rondjes draaien en stijgen ze zienderogen tot het nog speldenprikjes zijn.

We krijgen nog steeds e-mail binnen van mensen die graag dagelijks ons dagboek willen ontvangen via email. We hebben echter problemen met de server. Die wil per dag niet meer dan 500 e-mails versturen. Hierdoor kunnen we alle mensen die ons contacteren ook niet beantwoorden. Iedere dag wordt ons dagboek toegevoegd op de website www.ooievaars.be Daar kan iedereen terecht.

We krijgen de gegevens binnen van onze bezenderde ooievaars. Tia blijft nog steeds in Madrid hangen. Zij is nu 3 jaar oud en ging de voorbije jaren al op trek, maar we weten niet of ze ooit eerder naar Afrika ging. Sommige van onze trekvogels blijven gewoon in Madrid hangen, zoals Pumba altijd doet. Onze Pumba is trouwens ook vertrokken! Kobe zit aan de Adour, de voet van de Pyreneeën en van Germaine krijgen we weer geen nieuws. We vermoeden dat haar zender zijn beste tijd heeft gehad.

Verder langs de autoweg naar Jerez de la Frontera zien we nog groepen ooievaars op zoek naar een geschikte thermiekbel.
Het is al 20 uur als we aankomen in Camping Las Dunas in El Puerto de Santa Maria. In de campinggids stond vermeld dat het hier zeer rustig is, maar dat het in augustus wel eens druk kan zijn. Dit is niet overdreven. De caravans en tenten staan ook hier geklasseerd in hokjes. Kamperen is echt heel populair in Spanje zo te zien. De ploeg van Dieren in Nesten is ondertussen aangekomen: Katrien, Anthony en Brian. We gaan samen tapas eten en de planning maken voor morgen.  Het zal heel vroeg dag zijn…om 5 uur moeten we opstaan.


26 augustus

Het nachtlawaai heeft uiteindelijk nog tot 3 uur geduurd. In Toledo stad was er blijkbaar ook nog een lokaal ‘Rock Werchter’ aan de gang…wat voor de nodige ambiance zorgde.

Met kleine oogjes staan we op om 8.30 uur. Bij het klaarzetten van het ontbijt blijkt de inhoud van onze frigo zo heet te zijn dat je het niet kunt vastnemen: gekookte tomaten, komkommer en ajuin. Verder hebben we gesmolten kaas, chocolade en boter. Je kunt de stekker van onze frigo op 2 manieren vastkoppelen: met een blauw bolletje of een rood bolletje naar boven. Met heel de verhuis in het holst van de  nacht heeft Kris de stekker omgekeerd vastgemaakt. Onze frigo heeft op die manier een ‘warmhoudfunctie’, handig om klaargemaakte gerechten warm te houden. Maar hier hebben we dat niet echt nodig…

Met de nodige hilariteit maken we de frigo leeg en kieperen alles in de vuilbak. We hebben nog choco en confituur.

We installeren ons aan een picknicktafel die op de kampplaats staat en plots realiseren we ons dat wij drie plaatsen hebben ingenomen. Tussen onze tenten en de auto stond al een tent van een jong koppeltje. Tijdens ons ontbijt aan de picknicktafel (op hun perceel) zien we hen in hun tent ontbijten. We zaten op hun territorium… We voelen de slappe lach weer opkomen…Met de nodige excuses naar hen toe beginnen we ons kamp
weer op te breken.

Vandaag volgen we de route Toledo – Trujillo.  Onderweg gaan we verschillende slaapplaatsen van ooievaars opzoeken.

Tussen Toledo en Talavera stoppen we om beelden te maken van een amandelboomplantage. Terwijl Jean als een voorbeeldige presentator uitlegt hoe het nu juist ineen zit met die amandelbomen, stopt een auto van de Guardia Civil (afdeling boswachters denken we). Hij vraagt ons wat we hier doen en Kris geeft hem een Spaanse tekst met uitleg over de expeditie. Hij vindt het interessant, maar wil toch weten of wij daar geslapen hebben of van plan zijn om in de plantage te kamperen.  We verzekeren hem dat we enkel op campings overnachten. In Spanje is het wild kamperen verboden!

In Talaveira de la Reina zien we vanuit de auto 19 ooievaars op thermiek. We volgen de Rio Tajo en houden regelmatig halt om opnames te maken.  Normaal gezien zouden we hier veel ooievaars moeten zien, maar vandaag is het er maar eentje! Hij is niet geringd en zit onbeweeglijk op de oever van de rivier.  Onze ooievaars volgen de Tajo als ze vanuit Toledo zuid-westwaarts verder vliegen.

We rijden verder door een landschap vol steeneiken op schrale graslanden. Deze bomen dienen als schaduwboom voor het vee. Volgens Jean is het hout van deze boom heel hard, vandaar misschien zijn naam?

In Talayuella zijn we lange tijd op zoek naar een rij hoogspanningskabels waar bij vorige expedities tientallen dode ooievaars onder lagen. We rijden op alle mogelijke invalswegen het dorp in en uit, maar kunnen ze niet terug vinden.  Uiteindelijk komen we bij het afvalstort van Talayuella waar de ploeg eerder al vele ooievaars had gezien. De stortsite blijkt momenteel deel uit te maken van een Europees project rond recyclage en compostering, Europarc Navalmoral. Omdat het zaterdag is, is de site gesloten en er rest ons niets anders dan langs de afsluiting het gebied af te turen. We zien 220 ooievaars rusten bij een plas. We vermoeden dat het grotendeels lokale vogels zijn.

Omdat het stort is gesloten betekent dit dat er vandaag geen verse aanvoer is en dus ook geen verse hapjes voor de ooievaars. Bovendien ziet het stort er netjes afgedekt uit.

Verderop zien we nog grote groepen zwarte stieren die hier gekweekt worden voor de stierengevechten.

We rijden verder richting Parque Natural de Monfragüe, een gebied van 17.000ha groot, waar de rivieren Tajo en Tiëtar samenvloeien. Hier vind je een uitzonderlijke fauna en dat is de reden waarom het werd uitgeroepen tot een natuurreservaat.  De roofvogels zijn goed vertegenwoordigd met de grootste kolonies van de wereld voor monniksgier (224-255  koppels) en keizerarend (11 koppels). Er broeden op de rotsen 30 koppels zwarte ooievaars, wat een zeer grote concentratie is. De lynx doet het hier ook zeer goed. Dit gebied is een echte aanrader voor natuurliefhebbers.

Langs de weg die door het reservaat loopt zijn verschillende uitkijkpunten ingericht. Wij stoppen aan het punt bij de Salto del Gitano (een rots) om opnames te maken. Het is nu 19 uur en er is enorm veel te zien: een slangenarend die heel stil blijft hangen, vale gieren, monniksgier, keizerarend, havikarend en aasgieren. Verder krijgen we nog 2 zwarte ooievaars, een rotszwaluw en roodstuitzwaluwen te zien.  Als je er even tijd voor uittrekt, dan val je van de ene verrassing in de andere.  We hebben er mooie opnames kunnen maken.

We krijgen vandaag geen informatie door van Tia, Germaine en Kobe door een slechte internetverbinding. Morgen proberen we het opnieuw.

We gaan net buiten het reservaat logeren in Camping Monfragüe. Op het eerst zicht een mooie, rustige camping, met zwembad. Een koele duik in dat zwembad, hoe zalig zou dat niet zijn? We kunnen er alleen van dromen. We moeten ons kamp weer opzetten en koken. Een koppel Belgen uit Geel komt ons goedendag zeggen. Ze herkennen Jean ‘van den teevee’ en willen graag weten of hij het echt is.  Als we aan tafel gaan bieden ze ons een lamp aan; die van ons is kapot en wij behelpen ons met theelichtjes. We kijken nog even naar de foto’s en maken een praatje met de Belgen. Plots steekt een wind op en moeten we alles wegstoppen dat los ligt.  Het is middernacht, een mooi uur om te gaan slapen.  Het is weer een lange dag geweest en we hebben veel stof om van te dromen! (vooral dat koele, onbereikbare zwembad…).


25 augustus

Net zoals de andere ochtenden worden we wakker om 8 uur, de een van de musjes, de ander van het geraas van de autosnelweg. Het inpakken gaat vlot en om 10 uur kunnen we Camping Olite buiten rijden.

We gaan richting Tudela waar Tia eergisteren heeft geslapen. We weten wel dat ze er nu niet meer is, maar we gaan er toch heen. We weten van de vorige expedities dat daar ooievaars te zien zijn.

Het landschap is onderweg helemaal anders dan wat we tot nu gezien hebben: weidse vlakten met massa’s windmolens in lange rijen. Hier is ruimte genoeg…De grond is roestbruin gekleurd en heel droog.  We zien ook de eerste olijfbomen.

We houden een eerste maal halt in Perato, een dorpje aan een zijrivier van de Ebro. Het ziet er zwart van de vale gieren. Op de kerktoren zien we al een ooievaarsnest. We zijn duidelijk in de goede richting…

In Alfaro zien we ‘eindelijk’ onze eerste grote groep ooievaars van vrij dichtbij: het zijn er 70! Tia is hier lange tijd blijven hangen en we vermoeden dat ze bij deze groep aansluiting vond. We tellen 96 ooievaarsnesten op kerktorens en daken van oude huizen. Het valt ons op dat er op de nieuwe huizen geen enkel nest te zien valt! In Alfaro hebben ze de grootste ooievaarskolonie van Europa weet Wim. We maken een opname van een gesprek tussen Kris en een Spaanse man over de ooievaars! In Dieren in Nesten zul je zien dat Kris zijn beste Spaans heeft bovengehaald.

Onderweg naar Tudela beseffen we dat we nu dezelfde weg volgen
als Tia eergisteren deed.  Toch wel spannend…

Wim kan via GPS de exacte locatie terug vinden waar Tia sliep. We proberen er met de auto zo dicht mogelijk bij te komen. Het blijkt de kerktoren te zijn van Tudela. We staan er uiteindelijk op ongeveer 500 meter van en kunnen prachtige beelden maken. Eergisteren sliep zij hier en in 2000 stond de ploeg naar exact dezelfde kerktoren te kijken waar Pumba toen sliep.

Dit toont nogmaals aan dat onze ooievaars niet alleen dezelfde route volgen, maar vaak ook dezelfde rustplaatsen opzoeken. Het is belangrijk dat deze plaatsen goed beschermd worden naar de toekomst toe.

Ons broodje ’s middags smaakt extra goed: we hebben zicht op het prachtige Tudela, we hebben al heel wat ooievaars gezien en … de inkopen zijn hier spotgoedkoop!

Na de middag rijden we richting Madrid via de route nationale. Onderweg komen we nog regelmatig ooievaarsnesten tegen op daken van huizen, zelfs eentje op een gemeentehuis. Ze zijn hier duidelijk aanwezig in het landschap! Dat landschap is bovendien één groot mozaïek van verschillende tinten lichtgroen en bruin. Het is totaal verlaten en doet ons denken aan de cowboyfilms die hier ongetwijfeld ooit gedraaid werden.

Om 19 uur bereiken we Madrid, één gigantische bouwput! Overal zien we kranen, opengebroken wegen en grote appartementsgebouwen in opbouw.  Buiten Madrid liggen vele storten waar het afval van de inwoners nog heel gewoon wordt gedumpt. De vrachtwagens rijden er op en af aan een razend tempo met enorme stofwolken als gevolg.

Vlak naast zo’n stort ligt het ‘Parque Regional de Sureste’, een natuurreservaat. Op de toegangsweg houden we halt. Meer dan 100 boerenzwaluwen troepen er samen op een elektriciteitskabel. Een beeld dat wij niet meer hebben gezien in België sinds onze kindertijd. Het is opvallend dat één derde van de zwaluwen volwassen zijn. Ze laten zich gewillig filmen en fotograferen. Mooi materiaal!

Wim zoekt via GPS de locatie waar Tia gisteren sliep. We nemen een zo goed als ontoegankelijke aardeweg, maar de Nissan rijdt er vlotjes door alsof we in Paris-Dakar zitten. Langs de weg zien we grazende koeien op de weiden naast de storten. We maken ons daar toch wel bedenkingen bij…

Wim zet de zender op om Tia’s signaal te zoeken. Je weet maar nooit dat ze hier nog zit…en…ja hoor! Verschillende duidelijke biebjes vertellen ons dat ze op deze plaats is gebleven. Eindelijk hebben we haar ingehaald, we zijn de zesde dag!

We stoppen langs een uitgestrekte weide met grazende koeien, koereigers, en…ooievaars.  Hoe langer we kijken, hoe meer we er zien. Ze komen vanachter de hogergelegen storten met duizenden tegelijk aangevlogen. Grote wolken vogels die steeds wisselen van vorm! Een overweldigend mooi zicht. En daar zit onze Tia bij!

Eentje gaat rusten op een nest en laat mooi haar ring aflezen: A31W, een witte ring met zwarte letters, Spaanse nationaliteit volgens onze twee ringers.

Wim is ondertussen met zijn telescoop de weide ingedoken.  Hij ziet tussen de grote groepen ooievaars een jong dat een stuk touw heeft ingeslikt waarvan het uiteinde rond zijn pootje zit gedraaid. Hij komt de anderen ophalen en we besluiten de jonge vogel te verlossen van dit touw. Enkele minuten later is de vogel toch wel gaan vliegen! Wat jammer, hij zal het hoogstwaarschijnlijk niet overleven.

We tellen minstens 3.500 ooievaars hier. Jean maakt al snel de berekening: een volwassen ooievaar eet dagelijks 400 gram voedsel. Vermenigvuldig dat met 3.500 en je komt op 1,4 ton afval dat hier vandaag door de ooievaars wordt opgegeten. Een dergelijk stort is voor hen een rijkelijk gedekte tafel.

Anderzijds liggen er ook twee krengen van ooievaars die geen uiterlijke tekenen van verwondingen vertonen. Zij hebben ongetwijfeld iets slecht gegeten op het stort. Dit is dan weer de andere zijde van de medaille.

Het is onmogelijk om Tia te identificeren in deze massa vogels. We weten dat ze er tussen zit en luisteren nog even naar haar signaal. Het lijkt wel alsof ze ons goedendag zegt van hoog uit de lucht. We laten haar hier achter en rijden nog één uur verder tot in Toledo.

Kobe is vandaag in Darnac gebleven. Hij wacht misschien op beter weer?  Germaines zender geeft eindelijk weer een betrouwbaar signaal.  Ze zit in de buurt van Nantes, ten noordwesten van Darnac.  Ze is goed op weg om Kobe in te halen.  Pumba is nog steeds niet vertrokken uit België. Het is zijn gewoonte om pas in september te vertrekken en dan vliegt hij normaalgezien niet verder dan Madrid. Hij kan het nog wat rustig aan doen en genieten van de Belgische regen.

Om 22 uur komen we aan in Camping El Greco in Toledo.  Een prachtige oude stad die we jammer genoeg enkel van op afstand kunnen bekijken. We moeten in het donker ons kamp opzetten en hebben geen proviand meer kunnen kopen. We zoeken het campingrestaurant op en krijgen niettegenstaande het late uur (22.45 uur) nog een lekkere schotel met frietjes, steak haché en spaghetti (?!?): een gekke combinatie maar het smaakt ongelooflijk, we zijn uitgehongerd!

Om middernacht zoeken we onze tenten op. Algauw blijkt dat we geen slechter kampplaats hadden kunnen kiezen. De twee groepen naast ons zijn blijkbaar speciaal naar hier gekomen om een feestje te bouwen: harde muziek en schreeuwende stemmen (door die luide muziek horen ze elkaar immers niet meer…)  Naast ons zitten dan twee mannen heel luid en vals mee te zingen met die muziek.  Ondertussen staat op hun laptop een film te spelen met het nodige volume en branden hun discolampjes vanuit de koffer van de auto. Moeilijk om te beschrijven, maar het was hallucinant…of worden wij oud?

Na een half uur mopperen, besluiten we ons kamp op te breken. Alles wordt terug in de auto geladen en we wandelen met onze opgemaakte tenten de camping door. Enkele nietsvermoedende vakantiegangers genieten van dit merkwaardige schouwspel. Als Kris op de nieuwe plaats komt aanrijden met de Nissan, krijgt hij een preek van een Spaanse Spanjaard omdat hij teveel lawaai maakt!!! Je zou van minder ontploffen. Kris wou die man nog duidelijk maken dat het lawaai van verderop kwam, maar het was een dovemansgesprek.

In het geharrewar op de nieuwe kampplaats moet alles in het donker opnieuw aangesloten worden op de elektriciteit, zoals onze koelkast met dubbele functie! Morgen meer daarover…

 


24 augustus

Onze dag begint om 8 uur. We kunnen rustig ontbijten en het kamp weer afbreken. Dat duurt vandaag weer wat langer, we zijn het precies verleerd…

We rijden van Rivière naar Saint Etienne d’Orthe, waar ook vloeiweiden zijn langs de Adour. Deze weiden overstromen als het smeltwater uit de Pyreneeën komt. Dit is een ideale rustplaats voor ooievaars: open vlakten met veel voedsel. Bij de twee vorige expedities vonden we hier telkens groepen ooievaars. Maar dit jaar (wat had je gedacht?) geen ooievaars te zien.

Een groepje boerenpaarden trekt onze aandacht. Ze zijn in het gezelschap van een grote groep koereigers, die dankbaar gebruik maken van de aanwezigheid van de paarden. Bij elke stap die de paarden zetten, wippen de koereigers op om de opgejaagde insecten op te eten. Wat verderop zien we hetzelfde tafereel, maar dan met koeien.  Verder zien we er blauwe reigers, een buizerd en steltkluten in een plasje.

We volgen de Adour tot in Urt. Daar eten we een broodje en proberen het dagboek door te mailen. Het lukt niet, de mail hapert. Straks opnieuw proberen.

Om 15 uur zetten we koers naar Spanje…  en om 16.30 uur rijden we de grens over in de provincie Navarra.  In de Spaanse Pyreneeën komen we langs een ‘Centro de Migracion de Aves’.  Het centrum is wel gesloten, maar de vallei is open voor iedereen. We rijden naar boven en onderweg stopt een Spaanse man om te zeggen dat er op dit uur geen ‘aves’ meer te zien zijn ginder boven. Maar we  rijden toch door en worden beloond met heel veel wespendieven en……een zwarte ooievaar!!! Die was helemaal alleen onderweg.  We waren zodanig verrast en de camera stond nog niet op het statief, … dat we er geen mooie beelden van hebben.

De wespendieven hebben we dan weer wel goed in beeld kunnen brengen. Ze gedragen zich net als ooievaars alleen zijn ze sneller. Ze draaien rondjes en stijgen op de warme lucht. Er stond een sterke wind waardoor de vogels nog sneller over de bergpas werden geblazen.

Verder zien we in deze vallei tientallen jagershutten voor de jacht op de houtduif. Die hutten staan allemaal op één lijn; we kunnen ons voorstellen dat je er als houtduif geen schijn van kans maakt om er langs te vliegen zonder gezien te worden.

We gaan verder zuidwaarts.  Onze ooievaars zijn vandaag ook weer goed opgeschoten. Kobe heeft Darnac bereikt, een dorpje tussen Limoges en Poitiers. Dit is ter hoogte van Rochefort, maar dan meer oostwaarts.

Tia zit nu ten oosten van Madrid, in Las Dehesas, een vaste plaats waar al onze ooievaars langskomen. Germaines zender geeft nog steeds geen informatie door. Ze beweegt wel, maar we krijgen geen correcte coördinaten door.

Om 19 uur komen we aan in ‘Camping De Olite’ in Olite (Navarra), boven Tudela.  Tijdens de expeditie van 2000 was de ploeg hier ook al.  We werden toen verrast door karaoke, veel gejoel en spelende televisies buiten.  Omdat er in heel de streek geen andere camping te bespeuren is, moeten we hier dit jaar opnieuw overnachten. Jean ziet het niet echt zitten.  De plaatsen zijn klein en je voelt je er als een lucifer in een doosje. De hele nacht door kunnen we genieten van het gebulder van voorbijrazend verkeer op de autosnelweg. Het zijn precies straaljagers die langsvliegen. De wind zit slecht, vandaar het gebulder. Maar moe als we zijn van de lange rit, vallen we toch in slaap om te dromen van Tia die we (hopelijk) morgen zullen inhalen!


 


23 augustus

Vandaag moet het kamp niet afgebroken worden, we blijven in een straal van 100 kilometer rond de kampplaats en komen hier vanavond terug slapen.

Na het ontbijt vertrekken we terug richting vloeiweiden waar we gisterenavond nog waren. We hopen er toch nog rustende ooievaars te zien, maar…het wordt niets.  We gaan verder naar Saubusse langs de rivier Adour. Daar houden we halt om de lucht af te turen.  Tussen de wolken door ontdekt Wim toch wel weer 2 ooievaars! Ze gaan snel door en verdwijnen terug in de wolken. Jammer, we hebben ze niet kunnen filmen.

Aan de brug van Saubusse hangen heel veel nesten van huiszwaluwen. De uitgevlogen jongen maken gekke capriolen door tot vlak voor het nest te vliegen en terug weg te duiken; ze zijn aan het oefenen! We maken er mooie beelden van. Verderop zien we huiszwaluwen steentjes eten, die zorgen in hun maagjes voor het fijnmalen van de insecten!

Op deze plek zien we ook nog een ijsvogeltje op een boomstronk in het water en hagedissen op de muur langs de oever.  Een idyllische plek…

Al onze ooievaars komen hier in de streek voorbij. Terwijl we terugrijden naar de camping voor het middageten, beseft Jean plots dat hij in Rivière 2 terugmeldingen van verongelukte ooievaars kreeg.  Doodsoorzaak nummer één zijn de hoogspanningskabels die het land doorkruisen.  We komen nog langs een treinroute van de TGV waar 7 ooievaarsnesten op gemaakt zijn. Onvoorstelbaar dat de vogels niet wegschrikken van dit gevaarte, en anderzijds heel aannemelijk dat hier regelmatig een ooievaar sneuvelt! Ze vliegen tegen kabels aan of worden op de sporen verrast door de trein.

Van hieruit gaan we richting Pyreneeën. Het einddoel is de Col Bagargui waar we een heel speciale plek gaan opzoeken.  Onderweg stoppen we op een plaats met zicht op een vallei. Daar zien we prachtige vogels: wespendieven, raaf, dwergarend, aasgier en vooral een groep van 40 vale gieren. Die laatste blijven heel lang cirkels vliegen in de vallei en boven onze hoofden. We kunnen ze heel goed observeren en maken er prachtige beelden van. We zien ze zelfs in hun vlucht achter hun oren krabben met hun poten.

De rit gaat verder naar boven tot we middenin de wolken rijden; precies alsof er een dikke mist komt opzetten. Dit maakt het niet gemakkelijk om onze bestemming te vinden. Plots duiken loslopende koeien en paarden op. Zij zorgen er voor een wel heel origineel bermbeheer! Wie klimmende koeien wil zien, moet hier eens komen. Ze grazen er op hellingen waar wij zelfs moeite zouden hebben om er te geraken.

We waren bijna hopeloos verloren tot we uiteindelijk de bewuste Col vonden. Op deze plek zit de ‘Association Organbidexka, Col libre OCL’. We trekken onze regenjassen aan en gaan op zoek naar een teken van leven in de spooky mist. Plots duikt een auto op met 2 vriendelijke jongemannen. We vragen hen de weg naar de Association en zij nodigen ons uit om hen te volgen. We mogen een interview afnemen van hun Président die er toevallig aanwezig is. We hebben echt geluk, want onze komst was niet afgesproken.

Organbidexka is in 1979 opgericht door een groep militante natuurliefhebbers. Zij huren in Baskenland een jachtrecht af van de jagers op de houtduiven. In hun Col worden de vogels niet bejaagd en hebben ze dus vrije doorgang naar het Zuiden. De vereniging bestudeert en beschermt trekvogels en de routes die zij volgen. Naast hun wetenschappelijk onderzoek ontvangen ze ook schoolkinderen en andere groepen en leiden ze ornithologen op.

In hun hut zitten wel 20 vrijwilligers gezellig samen versgeplukte paddestoelen schoon te maken. Ze maken allerlei lekkere hapjes klaar en drinken er Pastis en wijn bij. Serge Barande, de Président, is chef-kok en wil ons graag te woord staan temidden van zijn gezellige vriendengroep. Jean spreekt perfect Frans en hij is de aangewezen persoon om het interview af te nemen. De inhoud van het interview houden we tegoed voor ‘Dieren in nesten’!

Guilhem Villa is de enige persoon die voor het beschermingswerk betaald wordt. Hij woont permanent in de hut op de bergpas en coördineert er de dagelijkse werking. Hij wordt er bijgestaan door talrijke vrijwilligers waaronder veel biologie-studenten, maar ook mensen van alle leeftijden met een hart voor vogels.

Al die vrijwilligers tellen onophoudelijk de trekvogels die overvliegen tussen 15 juli en 15 november.

Op de Col van Organbidexka zijn dit jaar al 340 witte ooievaars geteld! Vorig jaar waren het er in totaal 450, dat is 23% van alle ooievaars die de Pyreneeën over vliegen! Dat kan al tellen voor één bergpas. De grootste groepen ooievaars steken immers de Pyreneeën over in het Oosten.

Door het slechte weer zien we op de Col geen hand voor onze ogen en dus zeker geen vogels! We hadden echt gehoopt om hier ooievaars te zien overvliegen, maar het mag niet zijn.

We worden vriendelijk uitgenodigd om gauw terug te komen en mee vogels te tellen. Misschien is dat iets om op de terugweg te doen? We nemen afscheid van deze hartelijke mensen en rijden na een drankje terug naar onze camping.  Een lange tocht door de wolken terug naar beneden.

Onze ooievaars hebben vandaag ook niet stilgezeten. Kobe heeft gevlogen tot het oosten van Tours en Tia heeft Guadalajara, ten noorden van Madrid bereikt. De zender van ons Germaine geeft nog steeds geen goede coördinaten door! Ze heeft wel bewogen maar we weten niet exact waar ze de nacht doorbrengt. Wij zitten middenin hun trekroute.

Om 23.30 uur zijn we terug en kruipen zonder avondeten in ons bed. Het leven kan hard zijn…Morgen rijden we de grens over naar Spanje.


22 augustus

We worden wakker om kwart voor 7. Na een snel ontbijt gaat het opbreken van het kamp steeds sneller.

François, de boer-campinguitbater komt ons om 8 uur halen om ons de plek te laten zien waar hij ooievaars weet zitten. We komen in een natuurreservaat en aangrenzend landschap waar François heel enthousiast over vertelt: le Marais Poitevin.

Het is een moerasgebied dat gedeeltelijk eigendom is van de overheid en gedeeltelijk van een groepering van landbouwers. Het is doorweven met grachten en wordt elke winter overstroomd door de rivieren.  Er is een zeer rijke, natuurlijke plantengroei! Het beheer wordt afwisselend gedaan met koeien, paarden en ganzen. Bepaalde percelen worden heel nauwgezet opgevolgd door wetenschappers om het effect van de begrazing op de plantengroei te meten. Opvallend hoe landbouw en natuurbeheer hier samen hand in hand gaan.

Wim herinnert zich dat bij vorige expedities Kiki hier langs kwam. Zij droeg ook een zender en werd hier in de omgeving gespot.

In het gebied is de boomkikker aan haar opmars bezig! (Ze komen  zelfs tot in het sanitair van de camping.)  Door een heel rijke verzameling van libellen worden de inwoners gespaard van muggenbeten.

In le Marais Poitevin zien we eindelijk de eerste twee ooievaars van onze tocht. Het gaat om een koppeltje met gekleurde ringen, Fransen, die er gebroed hebben op een nestpaal. Mooie beelden gemaakt, maar jammer,…geen trekkende ooievaars gezien.

Francois en zijn vrouw Agnes zijn ontzettend gastvrij en laten ons na de tocht in hun bureau al onze pc-klussen doen: verslagen verzenden, de website aanpassen,…

Deze plek is een echte aanrader: La Clé des Champs in Luçon. Het is een actief landbouwbedrijf, camping en kinderboerderij tegelijk, je kunt een kijkje nemen op www.camping-lucon.fr

Na een lekker aperitief Vendéenne aangeboden door het huis, vertrekken we richting zuiden op zoek naar Tia! Hopelijk wacht ze op ons; ze wordt wat onrustig omdat het team in aantocht is… ze kent hen nog, want voor ‘Dieren in Nesten’ is ze gevangen en met een rugzakje opgezadeld.

Sommige mensen vragen ons om kaartgegevens en routes door te mailen of op de website te plaatsen. Het is jammer genoeg niet mogelijk om dat onderweg te maken en te verzenden. Dit wordt pas na de expeditie mogelijk.  Meestal moeten we via GSM op het Internet werken en dat gaat traag en is duur. Op de website www.ooievaars.be vind je wel dagelijks de exacte locaties van onze ooievaars.

Onderweg gaan we in Yves een hapje eten. Bij het buitenkomen uit de zaak merkt Wim een groep ooievaars op hoog in de wolken: het waren slechts speldenkopjes! Ongelooflijke welke scherpe ogen hij heeft. Alle verrekijkers worden bovengehaald; het zijn er 14! We krijgen er kippenvel van… De zon schijnt en er staat wind, ideaal weer voor de ooievaars.  Na enkele minuten gaan ze dalen en verdwijnen ze uit ons zicht. Even overwegen we om terug te rijden en ze op te zoeken. Maar we moeten nog 600km rijden en het is al 15 uur! We moeten Tia achterna….

Op de autosnelweg zien we langs de oevers van de Charente 2 verlaten ooievaarsnesten. De vogels zijn al gaan vliegen…richting zuiden!

Er worden hier duidelijk al maatregelen genomen ter bescherming van de vogels: hoogspanningspylonen zijn hier en daar voorzien van pieken om te beletten dat vogels erop gaan rusten. Verders zien we ringen langs de hoogspanningskabels, die maken de kabels zichtbaarder voor de vogels. Je kunt het vergelijken met een vislijn: als er een druppel water aanhangt, dan zie je de lijn, anders niet.

Op 19 uur komen we aan in Rivière, dichtbij Tercis-les-bains. We gaan op zoek naar de slaapplaatsen waar Jamie in 1999 verbleef.  Jamie was een vogel die leuke plaatsen opzocht: een boom in een kasteeltuin, een rivierbedding met rivierkreeftjes,… We vinden beide plaatsen terug, zonder ooievaars.  De inwoners van het dorp weten te zeggen dat de locale ooievaars al vertrokken zijn! Onze ooievaars Germaine en Kobe moeten hier nog langskomen.

Kobe heeft Frankrijk bereikt en bevindt zich momenteel al boven Parijs in Estrees Saint Denis.  Hij had tegenslag met het slechte weer.

Germaines zender geeft geen goede gegevens, we kunnen geen locatie vinden.

Tia is nog steeds in Tudela. Merkwaardig is dat Pumba op 20 augustus 2000 op exact dezelfde locatie geslapen heeft.

We verblijven terug op een kleine camping, een oude boerderij, Bertranborde. Morgen gaan we de Pyreneeën opzoeken en hopen we grote groepen ooievaars te vinden…


21 augustus

Het is vroeg dag! Om half acht vraagt Wim de sleutel van de Nissan. Hij wil luisteren of er signaal is van ‘ons Germaine’. De vogels zijn op rond 6 uur en dus kan er al wat beweging zijn. Niets te horen!

Het signaal van de zender op de vogel wordt continu uitgezonden naar de satelliet. Als de batterij onvoldoende energie heeft, slaat hij uit en heeft hij 6 uur nodig om via zonne-energie terug op te laden. Als de zender niet volledig is opgeladen, slaat hij terug uit. Het is voor Germaine belangrijk dat de zon schijnt, niet alleen om de batterij van haar zender helemaal op te laden, maar ook om haar warme lucht te geven zodat ze kan vertrekken. Maar met dit miezerig weer is het onwaarschijnlijk dat ze vliegt. We horen niets.

We ontbijten en breken het kamp op. Ondertussen brengt Wim de gegevens van gisteren op de website en wordt het dagverslag gemaakt en verzonden. We zien op de g-mail dat er meer dan honderd reacties kwamen van mensen die ook het nieuws willen ontvangen. Dit maakt onze dag al goed! Alle e-mails worden onderweg gelezen.

We keren terug naar de plek waar we gisterenavond Germaine’s signaal voor het laatst hoorden, Vred. Niets! Jammer, maar we kunnen niet blijven wachten. We maken nog wat beelden van de omgeving en worden in de auto gejaagd door een plotse hevige regenbui! Germaine zal hier bijna zeker niet vertrekken met dit weer.

We besluiten achter Tia aan te gaan en haar route naar het zuiden te volgen. Zij zit nog steeds in Noord-Spanje.

Vanavond willen we Bourg bereiken: 830 km! Tussenin willen we stoppen in La Rochelle. Tia is daar geweest en bij vorige expedities werden daar telkens groepjes van een tiental ooievaars gevonden. Als ze de route van Parijs naar Zuidwest Frankrijk volgen, komen ze daar aan de kust. Ooievaars vliegen niet over zee en volgen vanaf La Rochelle de kustlijn zuidwaarts. We hopen daar meer ooievaars te vinden!

Om 15.30 uur komen we langs Beaugency op 415 km in vogelvlucht vanuit Mechelen. Onze Tia deed deze afstand in één dag. Voor ons komt deze afstand overeen met 531 km per auto.

Het is frappant dat we van een plek wegrijden waar we signaal hoorden van Germaine en nu langs een plek rijden in Zuidwestelijke richting waar Tia is gesignaleerd. Dit bevestigt nogmaals dat hun trekroute vastligt.

Het blijft de hele dag regenen. Als we geen ooievaars zien, dan kunnen we toch naar het landsch ap kijken en af en toe duiken er toch vogels op, al dan niet op trek: een blauwe en grauwe kiekendief, torenvalken, een boomvalk, een wespendief, heel veel zwaluwen. In de verte zien we zelfs groepjes reeën op de akkers.

Bourg halen we niet, te ver! We strijken neer op een kleine camping bij het waterrijke natuurgebied Marais Poitevin ten noorden van La Rochelle. De campinguitbater blijkt een enthousiaste natuurliefhebber te zijn die meldt dat er vandaag enkele ooievaars zijn aangekomen. Hij heeft beloofd om morgenvroeg met ons te gaan kijken. Dus nu kruipen we onder de wol want morgen moeten we er om zes uur uit.

De satelliet vertelt ons dat Kobe niet doorgetrokken is, de zender van Germaine geeft geen goede locaties. Tia begint zich een beetje naar het zuiden te verplaatsen, we zullen ons moeten haasten om haar nog in te halen.

Slaapwel

 


20 augustus
Om 10u is de afspraak aan Dierenpark Planckendael voor het vertrek. Jean en Wim wachten Kris en Siska op die met de nissan van Het Zwin komen. De ooievaars hebben ook voor de nodige spanning gezorgd door zaterdag al op trektocht te vertrekken. Ze worden echter opgewacht door slechtere weersomstandigheden en stoppen hun tocht in het noorden van Frankrijk voor Germaine en de streek van Ath in Henegouwen voor Kobe.
Er is gelukkig erg veel persbelangstelling voor de start van de tocht en kunnen we het verhaal brengen van de nood aan bescherming van trekvogels en hun stopplaatsen.
We eten nog een lekker middagmaal in Planckendael en maken ons dan klaar voor het vertrek, niet vooraleer nogmaals het Argos systeem te raadplegen voor nieuwe locaties. Germaine zit in de buurt van Valenciennes en die gaan we opzoeken.
Rond 17u beginnen we te peilen maar we vinden de vogel niet, we controleren opnieuw de argos satelliet gegevens en volgens de satelliet bevindt Germaine zich zo’n 20km meer naar het westen nabij Verd. Rond 19u krijgen we een goed signaal in een “moeilijk” landschap. Het is een kleinschalig landschap met maïsveldjes, weiden, bossen en bomenrijen en veel hoogspanningsmasten. De batterij van de draagbare pc laat ons spijtig genoeg in de steek dus moeten we na een uur peilen beslissen van naar een camping te zoeken en een hapje te eten. Germaine vinden zal voor morgenvroeg zijn. We vinden een goede slaapplaats bij Marciennes en zetten de tenten op, iedereen is hier erg vriendelijk en de stemming is goed. Na wat worstelen met de Franse netstekkers helpt een vriendelijke buur ons verder en kunnen we al de batterijen opladen. Slaapwel ooievaars.